Informatie bomen Wisentbos

Bomen en struiken in de Flevolandse bossen
Een omschrijving van de bomen in het bos is ook te vinden in het Gelderse Hout. Daar is een route uitgezet met 29 genummerde paaltjes. 

Blauwspar
De blauwspar is een heel nauw familielid van de Sitkaspar met dit verschil dat de jonge scheuten van de blauwspar ook echt blauw zijn. De naalden prikken heel erg. 

Beuk
Bij de Germanen was de beuk gewijd aan de godin Freya. Zij was de godin van het huwelijk en vruchtbaarheid. Dit is de reden waarom men nu nog wel hartjes met initialen in de beukenschors snijdt. Het hout van de beukenboom wordt veel gebruikt voor kinderspeelgoed, omdat het niet gauw splintert.Kenmerken: Lange, bruine, spitse, afstaande knoppen. Blad is eivormig, glanzend groen, onduidelijk getand. Komt voor: Houdt van kalkhoudende, humus- en voedselrijke grond met een gelijkmatige vochtigheid. De beuk mijdt zeer droge gronden en plaatsen met late vorst, omdat het jonge loof gevoelig is voor vorst. De Beuk komt voor in bijn alle delen van West- en Midden-Europa. In Nederland algemeen, vooral op kalkhoudende bodem. 

Bergvlier
De bergvlier wordt ook wel trosvlier genoemd. Hij heeft rode bessen en het merg in de takken is lichtbruin. De bessen zijn niet eetbaar.

Corsicaanse den
De Corsicaanse den is een variëteit van de zwarte den. Het hout van het geslacht pinus heet grenenhout.

Es
De goden zouden de eerste man uit een es geschapen hebben. Om die reden werden er vroeger essen om een woning geplant, want deze zouden dan bescherming bieden tegen gevaar en kwaad. Essenhout is heel buigzaam. Daarom wordt het hout vaak gebruikt voor gymtoestellen. Kenmerken: Hoogopgaande, cilindrische stam met gladde, tot fijn geribbelde, grijsgroene schors, tegenoverstaande takken, machtige kruin en tegenoverstaande knoppen met fluweelachtige, donkerbruine beharing en duidelijk hoefijzervormige bladlittekens.Komt voor: Houdt van vochtigheid en licht. Vooral op kalkhoudende bodem. Vaak als hakhout of knotboom.

Esdoorn
Het hout is zeer waardevol en wordt voor uiteenlopende doeleinden gebruikt, van parket tot meubels tot muziekinstrumenten toe. De dubbele zaden van de esdoorn draaien als helikoptertjes naar beneden.Kenmerken: Schors aanvankelijk grijs, glad, later donker en in schubben loslatend, waarbij een lichtere schorslaag te voorschijn komt. Het blad is groot, langgesteeld, in 5 dubbel-, stompgezaagde lobben verdeeld, die door spitse bochten zijn gescheiden.

Komt voor: Wild in Midden-Europa. Eigenlijk een boom uit het gebergte. Vaak voorkomend in beuken- en gemengde bossen van de laagvlakte. Wordt tegenwoordig meer aangeplant. Ook hakhout en knotboom.

Fijnspar
De fijnspar is de meest voorkomende sparresoort in Europa. De meeste mensen kennen de fijnspar als onze kerstboom. De mannelijke kunnen enorme hoeveelheden stuifmeel afgeven. Zoveel dat in de bloeitijd hele gele wolken boven het bos uitkomen. Dit wordt in de volksmond wel zwavelregen of het roken van het bos genoemd.Kenmerken: Stam tot 2 m in doorsnee, recht. Schors ruw, gescubd en grijs- tot bruinrood. Takken in verdiepeingen, kransvormig gerangschikt. Iedere etage is het produkt van een jaar.

Komt voor: Stelt hoge eisen aan de vochtigheid van de lucht. Is daardoor in het westen van Europa tot de gebergten beperkt. Gaat in de Alpen en tot de boomgrens en sporadisch tot 2000 m. Ontbreekt in het grootste deel van de Noordduitse laagvlakte en ook in ons land als oorspronkelijke bosboom. Houdt van een koud klimaat en kan een mild klimaat maar slecht verdragen. In ons land veel aangeplant, maar wordt niet oud (60 jaar).

Gewone vlier
De gewone vlier heeft zwarte bessen. De bloesem wordt gebruikt voor vlierthee en de bessen kunnen gebruikt worden voor het maken van jam of wijn.

Haagbeuk
De naam haagbeuk vertelt al waar de boom van oudsher voor gebruikt werd. De stam is nooit cirkelvormig, maar kantig. De haagbeuk heeft het taaiste  hout van West-Europa en werd gebruikt voor de kamraderen voor molens. Nu maken ze er speelgoed van en slagersblokken.Kenmerken: Wordt vanwege de gladde, zilvergrijze schors met de beuk verward. Gemakkelijk herkenbaar aan de bochtigheid van de stam. Dit wordt veroorzaakt door de spiraalvormig lopende houtvaten. Verder heeft hij in de lengte verlopende dikke knobbels en groeven van beneden naar boven. Verder niet zo recht en takvrij als de stam van de beuk. Blad is eirond, sterk geplooid, dubbel gezaagd met spitse punt. Geelachtig groene stuifmeelkatjes en kleinere stamperkatjes.

Komt voor: Is verspreid tussen de andere boomsoorten. Vormt talrijke uitlopers en wordt daarom veel gebruikt voor hagen. Komt nog voor in Limburg en de oostelijke provincies van ons land. Misschien nog wild, aangeplant.

Iep
De iep werd vroeger in Nederland ook wel olm genoemd. De iep voelt zich in Nederland echt thuis, want hij kan goed tegen de zoute wind vanuit zee.

Jeneverbes
De bessen worden gebruikt in het gelijknamige geestrijke vocht wat ook zo heet. Er werd aan deze plant verschillende geneeskrachtige en mystieke eigenschappen toegekend. Van het hout werden vroeger magische bekers en vaten gemaakt.

Kornoelje
De rode kornoelje is te herkennen aan de jonge takken die aan de zonzijde rood zijn. De kant van de tak waar de zon niet op schijnt, is meestal groenig. Vanuit de wortels groeien vaak heel veel nieuwe takken omhoog.

Lijsterbes
De lijsters zijn gek op de rode bes van deze boom. De lijsterbes komt op het noordelijk halfrond wel in tachtig soorten voor. Enkele van deze soorten zijn erg kostbaar voor de meubelmaker.

Linde
De linde is bekend om zijn bloesem waar wel lindebloesemthee van gemaakt wordt. Door zijn honing is de linde een van de weinige boomsoorten die door insecten wordt bestoven in plaats van door de wind.