Informatie over rode route Bremerbergbos

Algemene informatie

In Flevoland beheert Staatsbosbeheer de grootste loofbossen van ons land. Je kunt er urenlang rondwandelen en genieten van de rust en de ruimte. Het Bremerbergbos omvat het zuidelijk deel van boswachterij Spijk-Bremerberg en is aangelegd tussen 1968 en 1975. De eerste aanplant bestond voornamelijk uit pioniersoorten als populier en wilg. Nu de bosbodem geleidelijk aan rijper wordt, krijgen ook eiken, essen, esdoorns en beuken een kans. Maar er zijn ook veel open plekken gecreëerd en struiken aangeplant. Wie er een kijkje wil nemen kan uit verschillende wandelroutes kiezen.

De genummerde paaltjes van de rode route

1. Dit stuk bos is aangeplant in 1992 met verschillende loofbomen en struiken. Het gaas beschermt de jonge boompjes tegen knagen en schuren door bosdieren, zoals konijnen, hazen en reeën.

2. Het is heel goed mogelijk om tijdens de wandeling door het Bremerbergbos een ree of vos tegen te komen. Op vochtige plekken langs het bospad zijn hun sporen vaak goed te zien.

3. Dit is een abelenweide. De abeel is een populierensoort die honderden jaren oud kan worden. Je kunt ze makkelijk herkennen aan hun brede, opvallende bladeren, die aan de onderkant wit viltig zijn.

4. De populier is de meest voorkomende boomsoort in de polder. Het is een typische pioniersboom die snel groeit en daardoor in korte tijd veel bosvogels aantrekt. Vroeger plantte men bij de geboorte van een meisje dikwijls een populier. Als de dochter dan ging trouwen, werd de boom omgehakt en verkocht. Van de opbrengst werd de bruiloft betaald. Tegenwoordig worden populieren vooral geplant om snel bos te vormen. Als de bomen 20-50 jaar oud zijn, worden ze gedeeltelijk geoogst en worden de open plakken ingeplant met duurzame loofboomsoorten, zoals eik, es, beuk en esdoorn. De eik is de drager van het bos. Hij overleeft alle andere boomsoorten en staat er over 200 jaar nog.

5. Elzenproppen aan de boom. Dit is de verpakking van het elzenzaad. Vogels zoals sijsjes zijn hier verzot op. Vaak zie je aan de els de proppen van het vorige jaar naast die van dit jaar. De bosranden in het Bremerbergbos bestaan vaak uit verschillende struiksoorten, zoals meidoorn, sleedoorn, liguster en kers. De dichte, veelal besdragende struiken zijn geliefd bij vogels. Ze kunnen zich er in verbergen en hun voedsel zoeken. Ook geven de struiken luwte en beschutting aan het bos. 

6. Tijdens de stormen van de laatste jaren zijn op diverse plaatsen populieren afgeknapt. Dat is gunstig voor de ontwikkeling van het bos, want omgewaaide bomen scheppen ruimte voor nieuwe bomen en zorgen voor een gevarieerde structuur. Bovendien vormt dood hout een belangrijke leefplaats en voedselbron voor insekten, paddestoelen en vogels.

7. Hier staat u bij een bosje tamme kastanjes. De vruchten die in het najaar van de boom vallen, zijn goed eetbaar. Ze zijn verpakt in een stekelig omhulsel. Vlaamse gaaien verstoppen de vruchten in de herfst als wintervoedsel. Vaak worden lang niet alle vruchten teruggevonden en zodoende verschijnen tamme kastanjes op plekken waar je dit niet zou verwachten. Het hout van de tamme kastanjes is erg duurzaam; een paaltje kan wel 20 jaar meegaan.

8. Hier loopt u door een beukenbos. In tegenstelling tot andere plekken in het bos, groeien er nauwelijks struiken of planten onder de beuken. Dat komt door hun gesloten bladerdak, waar het zonlicht vrijwel niet door heen kan breken. Zulk dicht gebladerte is heel gunstig voor het milieu; per hectare kan een volgroeid beukenbos 60 ton vuil en roet uit de lucht halen.

9. Staatsbosbeheer heeft op deze plek een poel aangelegd. Het zijn belangrijke leefplaatsen voor padden, salamanders en libellen. De bodemstructuur van de polder is op deze plaats goed te zien. De bovenste laag bestaat uit klei en ongeveer 1 meter daaronder zit een zandlaag. Bremerberg was vroeger dan ook een zandbank in de Zuiderzee.

Staatsbosbeheer beheert meer dan 200.000 hectare bos- en natuurterrein. In Flevoland beheert Staatsbosbeheer ruim 15.000 hectare.